Menu Start

Aangespoeld wrakhout, door alle generaties

Het was in het jaar 1964 toen mijn grootvader met vervroegd pensioen ging. Op zoek naar een leuk verblijf in Frankrijk werd al zoekende uiteindelijk een badplaats in Spanje het definitieve doel van zijn emigratie. Samen met mijn grootmoeder waren zij de enige Nederlanders die zich voorgoed vestigden daar. De sfeer in het dorp aan de Spaanse kust was gemoedelijk en opa was een graag geziene gast in de lokale restaurants.

Vissersvrouwen

Het was in de tijd van vakmanschap, computers bestonden niet, net zomin als jeugdzorg medewerkers of spindokters. Het overgrote deel van de bevolking verdiende zijn geld met de handen. Op het land, of zoals te doen gebruikelijk langs de Spaanse kust, op zee. De Spaanse vissersvrouwen die zich in de straten van de dorpjes nabij bezig hielden met het boeten van de netten die op zee stuk waren gegaan, vonden het in het begin nog een beetje eng, die Nederlander die met zijn grote auto (een Volvo) door de straat reed. In het dorp waren ze al decennia gewend dat de bewoners zich verplaatsten met paard (ezel) en wagen. Een auto zag je je nog niet zo heel veel, laat staan eentje uit een ander land.

Tijden veranderden

Maar binnen afzienbare tijd na de aankomst van mijn grootouders trad er verandering op in het straatbeeld want het aantal Nederlanders wat zich vestigde in de omgeving groeide snel. Heel snel. Aangetrokken door het zeer aangename klimaat stond natuurlijk met stip op nummer 1, maar als je wat langer de beweegredenen aanhoorde dan bleek toch ook het financiële plaatje een zeer belangrijke rol te spelen voor de Nederlanders. Het waren voornamelijk gepensioneerde Nederlanders die hun heil zochten onder de Spaanse zon.

Spaanse taal

Het overgrote deel van de Nederlandse pensionados was (en is) de Spaanse taal niet machtig en communiceerde met handen en voeten, Engels was een taal waar geen enkele lokale Spanjaard van had gehoord. De lokale voertaal was Catalaans en sommige dorpelingen spraken geeneens Castillano, zeg maar het ABN. En ondanks het gebrek aan taalkennis bleek in de praktijk dat de ene Hollander nog met een pakkender verhaal te komen dan de andere. En Nederlanders zouden geen Nederlanders zijn als ze elkaar in het buitenland niet opzoeken. Dat doen ze overal ter wereld en Spanje is daarop zeker geen uitzondering. Eet- en kaart clubjes, gezamenlijke excursies en koffie ochtenden. Op de voornoemde samenkomsten bleek dat het wel en wee van ‘lotgenoten’ een gewild, zo niet het meest gewilde, gespreksonderwerp was.

Klimaat, natuur en bevolking

Iedereen emigreert met een reden naar een ander land. Bij mijn grootvader waren dat drie redenen: de natuur, het klimaat en de mensen. En met de laatste had hij zijn pijlen gericht op de Spaanse lokale bevolking en niet op landgenoten, dat moge duidelijk zijn. Na een jaartje de babbelclubs te hebben aangekeken besloot de man om geen deel meer te nemen aan de ontmoetingen, in welk vorm dan ook. Want naar zijn mening droeg het niets bij aan zijn verblijf in Spanje. Erger nog, door de roddel en achterklap die al startte als ze op de afgesproken locatie uit de auto stapten, werd een ergernis die hem de keuze zich te distantiëren alleen maar makkelijker maakte.

Onderwerp van gesprek

Het leven was mooi, klam en rustig op het Spaanse platteland. Maar al snel bleek dat het niet deelnemen aan de ontmoetingen en de daarbij behorende roddels en slecht vertaalde verhalen hem niet in dank werd afgenomen want hij werd regelmatig onderwerp van gesprek zonder enige vorm van hoor- en wederhoor.

Contacten verbroken

Dit had tot gevolg dat met, op één enkel echtpaar na, al het contact met Nederlanders werd verbroken. En deze breuk werd beloond met een paar hele mooie en bijzondere vriendschappen met de mensen waarvoor hij de emigratie was aangegaan, lokale Spanjaarden. Vriendschappen die generaties lang stand houden tot op de dag van vandaag. Hij kwam er graag, at er graag, dronk er graag een borrel mee onder het genot van een Bolknak Agio sigaar en ze kletsten dan over alles wat ze bezig hield in het leven, behalve over anderen, want dat liet hij de Hollanders doen.

Aangespoeld wrakhout

En die Nederlanders werden in die tijd door mijn grootvader met een knipoog benoemd als ‘aangespoeld wrakhout’. Mensen die niets tot weinig op hebben met het land en geen gevoel voor cultuur en dergelijke hebben. Wel vaak mensen met te veel geld overigens, die denken zich alles te kunnen veroorloven.

Jaren volgden

Er volgende vele jaren Spanje en uiteindelijk vestigde ik me als kleinzoon op 11 kilometer afstand van het huis waar mijn grootouders van hun pensioen genoten. En nu ik daar ook al weer geruime tijd bivakkeer kom ik tot de conclusie dat er knetterveel verander is in de afgelopen 50 jaar, maar dat het aantal gevallen ‘aangespoeld wrakhout’ eigenlijk alleen maar is toegenomen. Het aantal mensen dat de Spaanse taal niet machtig is, Nederlandse boodschappen blijft doen, steevast een Nederlandse dokter zoekt en lak heeft aan de lokale regels en gebruiken is in aantal toegenomen en lijkt daarmee een begrip van alle tijden.

Rubrieken:Columns

Gemarkeerd als:

Blutz

Michèl. Ik bedacht concepten zoals Xandra, Afarma, Wapwinkel, Ibizavandaag, Chillnight, Close2heaven en Beatsandbites. Nu beperk ik me tot het schrijven van wat columns en content voor een aantal websites, maar ik doe dat met groot plezier.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.